Document 5.4.3 · gratis
Schriftelijke instructies overeenkomstig het ADR
Wanneer het vervoer onder het volledige ADR valt (boven de vrijstelling 1.1.3.6), moeten deze instructies in de cabine, binnen handbereik meereizen, in een taal die elk lid van de voertuigbemanning kan lezen en begrijpen (5.4.3.2). De vervoerder moet ze verstrekken, maar de afzender die ze samen met het vervoersdocument overhandigt, wint de vervoerder voor altijd voor zich.
De inhoud van de vier pagina's is het officiële model van het ADR en mag niet worden gewijzigd. Print het document ongewijzigd, bij voorkeur in kleur:
SCHRIFTELIJKE INSTRUCTIES OVEREENKOMSTIG HET ADR
Maatregelen bij een ongeval of noodgeval
Bij een ongeval of noodgeval dat zich tijdens het vervoer kan voordoen, moeten de leden van de voertuigbemanning de volgende maatregelen nemen, voor zover dit veilig en uitvoerbaar is:
- Het remsysteem in werking stellen, de motor afzetten en de accu loskoppelen met de hoofdschakelaar, indien aanwezig;
- Uit de buurt van ontstekingsbronnen blijven; in het bijzonder niet roken, geen elektronische sigaretten of soortgelijke apparaten gebruiken en geen elektrische apparatuur inschakelen;
- De bevoegde hulpdiensten waarschuwen en daarbij zoveel mogelijk informatie verstrekken over het incident of ongeval en over de betrokken stoffen;
- Het fluorescerende vest aantrekken en de zelfstandig staande waarschuwingssignalen op passende wijze plaatsen;
- De vervoersdocumenten beschikbaar houden voor de hulpverleners bij hun aankomst;
- Niet in gemorste stoffen lopen en deze niet aanraken, en het inademen van gassen, rook, stof en dampen vermijden door bovenwinds te blijven;
- Waar passend en veilig, de brandblusapparaten gebruiken om kleine of beginnende branden in banden, remmen of motorcompartimenten te blussen;
- Branden in laadcompartimenten mogen niet door de leden van de voertuigbemanning worden bestreden;
- Waar passend en veilig, de boorduitrusting gebruiken om te voorkomen dat stoffen in het aquatisch milieu of het riool terechtkomen en om gemorste stoffen in te dammen;
- Zich verwijderen uit de nabijheid van het ongeval of noodgeval, andere personen adviseren zich eveneens te verwijderen en de aanwijzingen van de hulpdiensten opvolgen;
- Alle verontreinigde kleding en gebruikte verontreinigde beschermingsmiddelen uittrekken en op veilige wijze afvoeren.
Pagina 1 van 4 · Model van punt 5.4.3.4 van het ADR
Aanvullende aanwijzingen voor de leden van de voertuigbemanning over de gevaarseigenschappen van gevaarlijke goederen per klasse en over de maatregelen die afhankelijk van de heersende omstandigheden moeten worden genomen
| Gevaarsetiketten en grote etiketten | Gevaarseigenschappen | Aanvullende aanwijzingen |
|---|---|---|
| 1 Ontplofbare stoffen en voorwerpen (1, 1.5, 1.6) |
Kunnen uiteenlopende eigenschappen en effecten vertonen, zoals massadetonatie, scherfwerking, brand/intense warmtestraling, vorming van fel licht, hard geluid of rook. Gevoelig voor schokken, stoten en warmte. | Dekking zoeken en uit de buurt van ramen blijven. |
| 1.4 Ontplofbare stoffen en voorwerpen (1.4) |
Gering gevaar voor explosie en brand. | Dekking zoeken. |
| 2.1 Brandbare gassen (2.1) |
Gevaar voor brand. Gevaar voor explosie. Kunnen onder druk staan. Gevaar voor verstikking. Kunnen brandwonden of bevriezing veroorzaken. Insluitmiddelen kunnen exploderen bij verwarming. | Dekking zoeken. Uit de buurt van laaggelegen plaatsen blijven. |
| 2.2 Niet-brandbare, niet-giftige gassen (2.2) |
Gevaar voor verstikking. Kunnen onder druk staan. Kunnen bevriezing veroorzaken. Insluitmiddelen kunnen exploderen bij verwarming. | Dekking zoeken. Uit de buurt van laaggelegen plaatsen blijven. |
| 2.3 Giftige gassen (2.3) |
Gevaar voor vergiftiging. Kunnen onder druk staan. Kunnen brandwonden of bevriezing veroorzaken. Insluitmiddelen kunnen exploderen bij verwarming. | Het vluchtmasker gebruiken. Dekking zoeken. Uit de buurt van laaggelegen plaatsen blijven. |
| 3 Brandbare vloeistoffen (3) |
Gevaar voor brand. Gevaar voor explosie. Insluitmiddelen kunnen exploderen bij verwarming. | Dekking zoeken. Uit de buurt van laaggelegen plaatsen blijven. Gemorste stoffen indammen en voorkomen dat zij in het aquatisch milieu of het riool terechtkomen. |
| 4.1 Brandbare vaste stoffen, zelfontledende stoffen, polymeriserende stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet-explosieve toestand (4.1) |
Gevaar voor brand. Brandbare vaste stoffen kunnen vlam vatten door contact met vlammen, vonken of wrijving. Kunnen zelfontledende stoffen bevatten die exotherm kunnen ontleden door verwarming, contact met andere stoffen, wrijving of stoten, waarbij schadelijke en brandbare gassen of dampen vrijkomen of zelfontbranding optreedt. | Gemorste stoffen indammen en voorkomen dat zij in het aquatisch milieu of het riool terechtkomen. |
| 4.2 Voor zelfontbranding vatbare stoffen (4.2) |
Gevaar voor brand door zelfontbranding wanneer colli beschadigd zijn of inhoud is vrijgekomen. Kunnen heftig met water reageren. | Gemorste stoffen indammen en voorkomen dat zij in het aquatisch milieu of het riool terechtkomen. |
| 4.3 Stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen (4.3) |
Gevaar voor brand en explosie bij contact met water. | Gemorste stoffen droog houden door ze af te dekken. |
| 5.1 Oxiderende stoffen (5.1) |
Gevaar voor heftige reactie, ontbranding of explosie bij contact met brandbare of ontbrandbare stoffen. | Vermenging met brandbare of ontbrandbare stoffen (bijvoorbeeld zaagsel) vermijden. |
| 5.2 Organische peroxiden (5.2) |
Gevaar voor exotherme ontleding bij hoge temperaturen, bij contact met andere stoffen (zuren, verbindingen van zware metalen, aminen), door wrijving of stoten, waarbij schadelijke en brandbare gassen of dampen vrijkomen of zelfontbranding optreedt. | Vermenging met brandbare of ontbrandbare stoffen (bijvoorbeeld zaagsel) vermijden. |
| 6.1 Giftige stoffen (6.1) |
Gevaar voor vergiftiging bij inademing, contact met de huid of inslikken. Gevaar voor het aquatisch milieu of het riool. | Het vluchtmasker gebruiken. |
| 6.2 Infectueuze stoffen (6.2) |
Gevaar voor besmetting. Kunnen ernstige ziekten bij mens of dier veroorzaken. Gevaar voor het aquatisch milieu of het riool. | — |
| 7 Radioactieve stoffen (7A, 7B, 7C, 7D, 7E) |
Gevaar voor uitwendige bestraling en voor inwendige en uitwendige besmetting. | De blootstellingstijd beperken. |
| 8 Bijtende stoffen (8) |
Gevaar voor brandwonden door aantasting. Kunnen heftig met elkaar, met water of met andere stoffen reageren. De gemorste stof kan bijtende dampen ontwikkelen. Gevaar voor het aquatisch milieu of het riool. | Gemorste stoffen indammen en voorkomen dat zij in het aquatisch milieu of het riool terechtkomen. |
| 9 Diverse gevaarlijke stoffen en voorwerpen (9 / 9A) |
Gevaar voor brandwonden. Gevaar voor brand. Gevaar voor explosie. Gevaar voor het aquatisch milieu of het riool. | Gemorste stoffen indammen en voorkomen dat zij in het aquatisch milieu of het riool terechtkomen. |
Opmerking 1: voor gevaarlijke goederen met meerdere gevaren en voor samengeladen goederen moet elke toepasselijke aanwijzing in acht worden genomen. · Opmerking 2: de aanwijzingen in kolom 3 kunnen worden aangepast aan de klassen van de te vervoeren gevaarlijke goederen en de gebruikte vervoermiddelen. · Pagina's 2 en 3 van 4.
Aanvullende aanwijzingen over de kenmerken
| Kenmerk | Gevaarseigenschappen | Aanvullende aanwijzingen |
|---|---|---|
| Kenmerk voor milieugevaarlijke stoffen (vis en boom) | Gevaar voor het aquatisch milieu of het riool. | Gemorste stoffen indammen en voorkomen dat zij in het aquatisch milieu of het riool terechtkomen. |
| Kenmerk voor verwarmde stoffen (thermometer) | Gevaar voor brandwonden door hitte. | Contact met hete delen van de vervoerseenheid en met de gemorste stof vermijden. |
Uitrusting voor algemene en persoonlijke bescherming die aan boord moet zijn (sectie 8.1.5 van het ADR)
Voor alle gevaarsetiketten, in de vervoerseenheid:
- een stopblok (wielkeg) per voertuig, met afmetingen afgestemd op de maximummassa van het voertuig en de diameter van de wielen;
- twee zelfstandig staande waarschuwingssignalen;
- oogspoelvloeistof a;
en voor elk lid van de voertuigbemanning:
- een fluorescerend vest;
- een draagbaar verlichtingsapparaat;
- een paar beschermende handschoenen; en
- een oogbeschermingsmiddel.
Aanvullende uitrusting vereist voor bepaalde klassen:
- een vluchtmasker voor elk lid van de voertuigbemanning, aan boord bij het vervoer van goederen met de gevaarsetiketten 2.3 of 6.1 b;
- een schop c;
- een rioolafdekking c;
- een opvangreservoir c.
a Niet vereist voor de gevaarsetiketten 1, 1.4, 1.5, 1.6, 2.1, 2.2 en 2.3. · b Bijvoorbeeld een vluchtmasker met een gecombineerd gas-/stoffilter van het type A1B1E1K1-P1 of A2B2E2K2-P2, vergelijkbaar met dat beschreven in norm EN 141. · c Alleen vereist voor de gevaarsetiketten 3, 4.1, 4.3, 8 en 9. · Pagina 4 van 4.
En het vervoersdocument, heeft u dat al?
De schriftelijke instructies dekken de noodsituatie; de inspectie begint altijd bij het vervoersdocument. Genereer het met de volledige juiste vervoersnaam en controleer vooraf of uw lading onder de 1.1.3.6-vrijstelling valt (rijdt u vrijgesteld, dan zijn de schriftelijke instructies niet eens vereist).